Wat is bruitage?
Een klankband van een film of andere audio-visuele productie bestaat uit muziek, stem en geluidseffecten. Tot deze laatste behoren de ‘acteerklanken’, ‘bruitages’ (Frans) of ‘Foley’ (Engels). Deze 3 termen worden in België door elkaar gebruikt.
Niet alle geluidseffecten zijn acteerklanken. Hoewel de grenzen tussen verschillende soorten geluidseffecten niet altijd duidelijk zijn, is er bij bruitages een typisch “performance” element erg belangrijk. Daarom maakt een ‘klankacteur’ (‘bruiteur’ of ‘Foley artist’) deze geluiden synchroon met het geprojecteerde filmbeeld. Het gaat over dagelijkse menselijke geluiden van een glas neerzetten, naar de deur stappen, een leren jas aandoen, de deurklink vastnemen... Elk personage doet dat op een eigen manier; er zijn immers ontelbare manieren om een glas neer te zetten of naar een deur te stappen. Bovendien maken verschillende glazen/schoenen vs. tafels/vloeren de klank nog meer uniek. Het monteren van deze Foley-klanken vanuit een geluidsdatabank zou te tijdrovend of zelfs onmogelijk zijn. Daarom komt de klankacteur deze geluiden maken. Omgevingsgeluiden van een bos, een geweerschot, de motor van een ruimteschip, ... zijn types van geluidseffecten die wel geschikt zijn om in een database te verzamelen, maar deze zijn geen bruitages (geen performance!) of worden meestal niet door een bruiteur gemaakt.
Foley verschaft de subtiele geluiden die de microfoon meestal niet kan registreren op de filmset. De klanken moeten levensecht zijn en ook duidelijk een passende emotie uitdrukken. Een inbreker, een verliefde man, een oude vrouw of een kind stappen op totaal verschillende manieren. In de dagelijkse realiteit registreren we deze geluiden onbewust en zo moet het ook overkomen in de filmzaal. Als de bruitages niet juist of afwezig zijn, werkt de illusie van de film niet goed en worden we uit het verhaal geduwd.
Ook voor animatiefilms zijn de acteerklanken van essentieel belang. De Foley-klanken brengen de animaties tot leven en maken ze geloofwaardig. Daarom moeten ze zeer goed gebruiteerd worden, maar niet noodzakelijk realistisch. Voor een geanimeerde arm die gestrekt wordt, kan je bijvoorbeeld het geluid gebruiken van een ballon die uitgerokken wordt.
In de praktijk worden acteerklanken altijd ambachtelijk gegenereerd door middel van de meest uiteenlopende materialen, voorwerpen en toestellen.
De bruitage studio
Acteerklanken worden opgenomen in een daarvoor speciaal ontworpen geluidsstudio. In de studiovloer is een brede waaier aan oppervlakken (beton, tegels, parket, ...) en bakken met zand (boszand, zeezand, grind, ...) verankerd waarmee de juiste voetstapklanken gemaakt worden. Om alle filmscènes van de gepaste natuurlijke klank te kunnen voorzien vinden we in een goed uitgeruste Foley-studio zelfs een collectie stoelen en deuren, een keukenblok, een waterbad, een halve auto, een stuk trap, enz. terug.
De klankacteur
De klankacteur wordt één met de acteur op het witte doek. Hij “acteert” de geluiden efficiënt, precies en met respect voor de beeldbeweging en het verhaal. Dit is niet gemakkelijk omdat:
- het lichaam de neiging heeft zich op te spannen wanneer het iets synchroon met een beeld wil doen en zo de klank niet met de juiste natuurlijkheid zal maken.
- bepaalde geluiden (zoals voetstappen) vaak heel moeilijk ter plaatse (bij de microfoon) uit te voeren zijn; klankacteurs doen een vreemde dans als ze voetstappen maken!
- er een grote portie creativiteit vereist is om alle klanken te kunnen maken. Niet al het materiaal is altijd voorhanden.
- de klankacteur zeer snel moet werken aangezien een Foley-studio huren een dure aangelegenheid is. Er moeten erg veel klanken per dag gemaakt worden.
Als de klankacteur gaat werken, brengt hij koffers vol "instrumenten" mee. Voor het gefladder van een duif die opvliegt bijvoorbeeld, slaat hij met een vochtige zeemlap tegen zijn handen!
De Engelse term ‘Foley’ is afgeleid van ‘Jack Foley’, een Amerikaan die op het einde van de jaren 1920 het klankacteren heeft uitgevonden. Met het uitbrengen van de film ‘The Jazz Singer’ begonnen films toen over een klankband te beschikken met synchrone geluiden en stem. Het cinemapubliek was zeer enthousiast.
Universal Studios had op dat moment net de stille film ‘Showboat’ geproduceerd, die plots een synchrone klankband nodig had om te kunnen concurreren. De opname werd georganiseerd als volgt: Jack en zijn ‘geluidsmensen’ plaatsten zich vlak naast het orkest in grote opnamestudio en maakten er voestapgeluiden, handgeklap, voorwerpen, ... Ze speelden samen met het orkest en synchroon met het geprojecteerde beeld. De eerste bruitagesessie was geboren! Veel later zou de opnametechnologie de aanpak veranderen en werd het een onemanshow in een gespecialiseerde studio.